top  
     
     
  Korte verhalen over het dagelijkse leven op het Langelandsfort  
 

Terug naar Homepage

 
 

Terug naar "Personeel"

 
     
     
 

Mijn diensttijd op het Langelandsfort

Ik ben een oud „Kustzwijn“ van het Langelandsfort.
 

Toen we werden opgeroepen, moesten we op 25 januari 1955 in de kazerne zijn. Ik kwam uit Horsens en hoe langer de trein reed, kon ik zien dat ik niet de enige was. In mijn tas had ik de opgedragen spullen bij me, o.a. een zakmes. Ik vroeg me af of ze niet genoeg geweren hadden. Iedereen, die ik op die reis tegenkwam, had kortgeknipt haar, het was dus makkelijk om ons te herkennen. Ik moest eerst met de trein naar Odense en daarna verder naar Svendborg. Van daar ging ik met de pont naar Rudkøbing. Dat was voor mij een volkomen vreemd land. Ik was nog nooit in die omgeving geweest en was zeer onder de indruk.

De overtocht naar Rudkøbing duurde ongeveer twee uur. We keken om ons heen en zagen een paar onderofficieren, die ons ontvingen. Voor zover ik me kan herinneren, waren wij de eerste lichting, die de basisopleiding op Langeland moesten volgen. Normaliter werd de basisopleiding in Arresødal gegeven. Toen ze ons verwelkomd hadden, ja dat was werkelijk zo, werden we verzocht in klaarstaande vrachtauto’s te klimmen, ik geloof dat het P.B.C.’s waren, en we reden weg. Anderen moesten met de trein naar Søndenbro rijden.

Toen we aangekomen waren, werden we verzocht ons in een rij op te stellen. We werden door de Chef begroet en daarna gingen we naar de mess om te eten. Als ik me goed herinner was het labskaus, niet mijn lievelingsgerecht, maar we hadden honger.

Daarna zouden we aangekleed worden. Daar verheugde we ons allemaal op. We moesten in een lange rij gaan staan en toen begon het. Onderofficieren gaven ons kleren, laarzen, petten, beddengoed en nog veel meer spullen. We kregen ook kleine lapjes, waarop we met inkt ons dienstnummer moesten schrijven. Ze vertelden ons, dat we dat nummer nooit meer zouden vergeten. En dat klopt. We kregen een kamernummer en een kast, die we netjes moesten houden. We gingen naar onze kamers, 8 man per kamer. Daar keken we elkaar aan en begonnen de nummers in onze kleren te naaien. Dat was omdat onze kleren door een wasserij in Svendborg zouden worden gewassen. Er was een oude soldaat, die de taak had onze vuile was te verzamelen en de schone was terug te geven. We noemden hem de wasbeer.

De volgende dag begon de ellende. We moesten leren in de maat te lopen en te salueren. Ze zeiden dat alle dienstplichtige soldaten de status van onderofficier hadden en dat we ze iedere keer, als we ze ontmoetten, moesten groeten.

We moesten snel opgeleid worden, omdat we op het fort als wachtcompagnie moesten dienen. We moesten eigenlijk alleen op wacht staan in de batterij Zuid en batterij Noord en 24 uur in de Føllesberg. We kregen geweren en gingen naar de schietbaan om te leren schieten om het gebruik van het geweer nooit meer te vergeten. We moesten een heleboel veiligheidsvoorschriften leren. We moesten het wapen demonteren, oliën en onderhouden.

Onze conditie moest ook verbeterd worden, dus liepen we eens in de week ongeveer 3 à 4 kilometer naar het gemeentehuis in Magleby, waar we gymnastiek deden. Daar werd een grote kachel gestookt, zodat het zo warm werd dat we het nauwelijks uit konden houden.

We moesten ook leren met het 150 mm kanon te schieten. Daarvan waren er drie stuks.

Ook hadden we om de beurt dienst in de mess. We moesten afwassen, broodjes smeren en schoonmaken.

 
     
 

We verheugden ons er het meeste op dat we verlof zouden krijgen, zodat we naar huis konden om ons uniform te laten zien. Maar dat duurde nog een tijd. We waren verplicht het uniform te dragen en mochten ons niet verkleden, ook thuis niet, dat was strafbaar. We werden in een kwartier van de koning en een kwartier van de koningin ingedeeld en moesten alles met elkaar delen.

We waren op Langeland niet zo gezien, de bevolking kende dat nog niet zo goed met militairen. We werden ook tot brandweerman opgeleid, omdat de brandweer in Søndenbro tamelijk ver weg was en er waren veel boerderijen in de omgeving. Iedere nacht stonden we met 10 tot 15 dienstplichtigen paraat. Dan moesten we in onze kleren slapen, zodat we snel gereed waren om uit te rukken. Op een zomeravond, toen ik de wacht had, kregen we een melding dat er een vliegtuig op een akker in de buurt was neergestort. We zijn er met een vrachtauto en een jeep voor de officieren heen gereden.

Toen we aankwamen, lag er inderdaad een brandend vliegtuigwrak in het veld. Maar het was niet zo  serieus. Het was zo’n op afstand bediend vliegtuigje dat de Amerikaanse soldaten in Duitsland bij schietoefeningen gebruikten. Je kon het op afstand besturen zolang je het kon zien. Maar als hij in een wolk vloog, vloog hij gewoon verder tot hij neerstortte. De vissers in Bagenkop kregen er ook af en toe een, die in de Oostzee geland was, in hun netten.

Er was op Langeland een traditie, misschien is dat nog wel zo, dat in de winter zo ongeveer rond carnaval in de kerk een scheepsmodel van de muur werd gehaald en dan op de schouders van vier dienstplichtigen op een draagbaar van de ene hoeve naar de andere  werd gedragen. Daar werd het schip dan getoond en dan kregen we een snack. Nadat we de hele dag rondgelopen waren, brachten we het schip terug naar de kerk en hingen het op zijn plaats. Daarna werd een kerkdienst gehouden.

De winter van 1956 was er in Groenland een ongeluk gebeurd waarbij 3 marinemensen om het leven waren gekomen. Er werd een erewacht van 8 man opgesteld, die aan de bijzetting van één van het moest deelnemen. Hij kwam uit Ærø. Op het fort was een dienstplichtige theoloog, die een herdenkingsdienst voor de drie heeft gehouden.

In de zomer werd op Tranekær een jeugdfeest gehouden. Twintig man werden afgecommandeerd om in hele park te patrouilleren, omdat onze huidige Koningin onder de gasten was.

We hadden ook een voetbalelftal opgesteld en we speelden veel wedstrijden tegen elftallen uit Langeland. En we gingen naar het zomerbal in het restaurant H.C.Ørsted in Rudkøbing en in Træskokroen en er was op de markt een klein café dat we ook af en toe bezochten. Maar we hadden niet veel geld. De eerste 8 maanden kregen we 10 kronen per week, daarna 15 kronen. En we moesten onze reizen zelf betalen. Alleen bij de officiële feestdagen (Pasen, Pinksteren en Kerstmis) kregen we een vrijvervoer.

Er was ook een kleine marinesloep in Bagenkop. Die moest in de Langelandsbælt patrouille varen. Meestal gaf hij assistentie aan vissers, die in nood geraakt waren of hun netten in de schroef hadden gekregen. ’s Zomers assisteerde hij Duitse zeilers. In het begin konden we ons niet in de Bagenkop Kro vertonen zonder dat we door de vissers in elkaar werden geslagen, zodat we hun meisjes niet zouden versieren.

Bij de ingang van de kazerne was een molen, die door een oude molenaar werd bediend. Als we ’s nachts bij de batterij Noord of Zuid op wacht stonden, zagen we de lichtstraal van de vuurtoren van Kelsnor. Van de bunker bij Føllesbjerg zagen we onbekende onderzeeboten, die vlak bij het strand voeren en de diepte loodden. We konden hun nummers en visuele kenmerken niet zien, omdat ze die overgeverfd hadden. Maar we wisten dat het Oost-Duitse en Poolse waren.

 
     
 

 We leerden ook de verschillende schepen en vliegtuigen herkennen, onze opleiding was heel veelzijdig. We gingen regelmatig naar de schietbaan en de lieden, die goed konden schieten, kregen patjes die ze op hun uniform konden naaien. Diegenen, die niet zo goed waren, konden bij een dienstplichtige, die op het kantoor werkte, voor Kr. 1,50 een patje kopen. Zo heb ik ook mijn patje gekregen.

Ik was 1.92 lang, dus moest ik aan de rechter kant van ons peloton staan. Dat was geen lolletje. Als we van een helling moesten springen of met losse flodders schieten, was ik altijd de eerste. Mijn kameraden hadden allerlei goede adviezen. Ik moest gewoon zeggen: „ik durf het niet“ of „na U, sergeant”. Er was dicht bij de kazerne een moeras. Daar moesten we vaak doorheen en dan zagen we erg vies uit met die modder. Langs de weg naar batterij Zuid stond toen een oude trekker, een Fordson, met ijzeren wielen.

Drüben in der Scheune wurden viele Sachen aufbewahrt, u.a. zwei große Scheinwerfer, wahrscheinlich vom 2. Weltkrieg. Die wurden durch eine Benzinmotor betrieben. Sie wurden am Befreiungstag verwendet. Die wurden auf dem Kasernenhof aufgestellt und so eingestellt, dass sie das V-Zeichen gegen den Nachthimmel bildeten. Es wurde erzählt, dass man es bis Odense sehen konnte.

Dann kam der Zeit, den wir nicht mochten. Alle waren nervös, es war die Zeit der Ungarn-Krise. Wir konnten die Ereignisse gut verfolgen, den auf Langeland konnten wir deutsches Fernsehen empfangen.

Man erzählte uns, dass wir erhöhter Bereitschaft hatten. Wir mussten u.a. in den Geschützstellungen schlafen, es wurde angegeben, wo wir Schützenlöcher graben mussten und wo wir sein sollten, wenn es losging. Urlaub wurde gestrichen, wir waren nicht zu Hause in fast 3 Monaten.

Wir waren etwa 200 Mann, und jetzt gab es viel mehr Wachdienst und deshalb weniger Freizeit. Unsere Offiziere gaben uns einen Schreck ein. Sie erzählten uns, dass wir auf uns selbst gestellt waren, wenn es losging, sollte die Hilfe aus England kommen und bis dahin waren wir alleine. Es wurde geschärfter Überwachung auf Føllesbjerg befohlen. Mehrere Wachen, bessere Ausguck auf der Radar, der damals ein besondere Sache war. Der Radar konnte in den Bunker versenkt werden, damit er für andere völlig unsichtbar war, und wir konnte damit weit über die Ostsee sehen. Wir waren jung und dachte nicht sehr viel über die Dinge, aber alle waren mehr oder weniger nervös. Wir sollten nun eine Übung mit der Heimwehr abhalten, sie waren der Untergrundfeind und wir sollten sie gefangen nehmen. Wir dürften sie nicht grob behandeln und der Graf von Tranekær war dabei. Ich kann mich daran erinnern, dass unser Zug zwei große Bauern gefangen nahm. Sie hatten eine fette Frühstückspaket, die wir unter Protest beschlagnahmten und aufaß. Wir behaupteten, es könnte Munition sein. Am nächsten Tag war debriefing in der Messe, wo auch dieser Sache zur Sprache gebracht wurde, aber wir wurden nicht erkannt.

 
     
     
     
 

Terug naar de top