top  
     
     
     
 

HET FORT WORDT EEN MUSEUM

 
 

Terug naar de homepage

 
 

Terug naar de Geschiedenis van het Fort

 
   
     
 

 

 
 

Het Rode Kruis zou de kazerne over nemen, maar wat moest er met de militaire gebouwen gebeuren? Die zouden oorspronkelijk van hun inventaris ontdaan en dan afgebroken worden. Maar het afbreken van een fort is een kostenintensieve aangelegenheid. Metersdikke betonnen fundamenten moesten verwijderd worden en dus liet het ministerie van Defensie – misschien ook wel om geld te sparen – de deur “op een kier” open voor een eventueel gedeeltelijk behoud van de installatie. Die deur werd daarna wijd open gestoten door de pas verkozen burgemeester van Zuid Langeland, Knud Gether, die zelf in het fort gediend had en de installatie als museum wilde behouden. Zoals bij iedere goede overeenkomst waren er voor beide partijen voordelen aan verbonden: het ministerie van Defensie hoopte geld te sparen en tegelijkertijd de militaire installatie te behouden, de Sydlangeland Kommune hoopte een toeristenattractie te krijgen. Die rekening zou op kunnen gaan, als men een paar van de miljoenen Kronen, die de afbraak zou kosten, voor de verbouwing en inrichting van het Fortmuseum zou kunnen investeren. De ministeries van Defensie, Milieu en de Deense Rijks Bosbeheer, laatstgenoemde zou het natuurgebied over nemen, begonnen met onderhandelingen. Maar het zou nog jaren duren voordat die onderhandelingen konden worden afgerond.

 

Begin 1994 werd voorgesteld om van het Langelandsfort een museum te maken. Er bestond wel enige scepsis over dat idee. Er was geen militaire verzameling in het museum en Langeland had sedert de Napoleontische tijd niets meer met oorlog te maken gehad. Het Langelandsfort was voor velen een afgesloten, geheimzinnige plaats. Maar het was de voorstanders van het museum, na het eerste bezoek, al duidelijk geworden dat het hier een militaire installatie van historisch belang betrof. Daarom werkten de medewerkers van het Langelands Museum, samen met die van de Sydlangeland Kommune, een concept uit hoe van het fort een militair museum kon worden gemaakt.

De hoofdpunten kwamen op het volgende neer:

1)  Het fort moest als militair monument van 1953 worden bezien – de laatste Deense zeevesting; 
2)  Het museum moest zo authentiek mogelijk worden gepresenteerd – d.w.z. bewegwijzering enz. mochten de totale indruk niet storen.
3)  Het geschut moest in een bredere context worden gezien - in samenhang met een tentoonstelling over de "Koude Oorlog".

 

Er waren meerdere jaren van onderhandelingen tussen het Ministerie van Defensie, het Ministerie van Milieu en de Sydlangeland Kommune nodig voordat in februari 1997 het groene licht voor het plan en een toezegging voor de financiering werden gegeven. Na een inspannende wedstrijd tegen de tijd kon het fortmuseum op 16 juni 1997 – een prachtige zondag – op feestelijke wijze met saluutschoten, een toespraak van de Minister voor Cultuur en muziek van het tamboercorps van de Deense Marine worden geopend. Twee afgevaardigden van het centrale marinemuseum in Sint Petersburg brachten cadeaus en groeten uit het Oosten. Het fort was een museum geworden.

 

Tijdens de Koude Oorlog was het Langelandsfort verantwoordelijk geweest voor de bewaking van het westelijke deel van de Oostzee en de commandant was de militaire bevelhebber van de regio. Het fort werd in 1953 gebouwd en in 1993 uit dienst gesteld. Tegenwoordig is het hele fort een afdeling van het Langelandmuseum.

 

In een van de vele bunkers is een tentoonstelling ingericht. Hier kan men een 20 minuten durende film over de Koude Oorlog en de Cuba Crisis zien. Daarin ziet men dat vanaf het Langelandsfort de koopvaardijschepen van de Sovjet Unie, die afvuurinstallaties voor raketten hadden geladen, werden ontdekt. Het was ook van hier dat de Amerikaanse president Kennedy over deze kwestie werd geïnformeerd.

 

Alle jongens, ongeacht hun leeftijd, vinden het geweldig om aan de grote 150 mm kanonnen te staan en het is, zowel voor volwassenen als voor kinderen, spannend om door de artilleriebunkers met hun bemanningsverblijven, opgeslagen granaten en andere gebruiksvoorwerpen te lopen.

 

In het fort zijn jachtvliegtuigen van beide zijden in de Koude Oorlog tentoongesteld. Een Sovjet MIG 23 van de Poolse luchtmacht en een Zweedse SAAB Draken, die bij de Deense luchtmacht diende. De MIG is eigendom van het museum, terwijl de Draken door de “Flyvevåbnets Historiske Samling” (historische collectie van de Deense Luchtmacht) in bruikleen is gegeven.

 

In 2006 werden de laatste Deense onderzeeboot “Springeren” en de mijnenveger “Askø” voor het publiek toegankelijk gemaakt. Door de samenwerking tussen het museum, de Deense Marine en de Deense Landsverdediging alsook dankzij gulle schenkingen van diverse fondsen is het ons gelukt deze beide oorlogsschepen in het museum Langelandsfort tentoon te stellen. Springeren werd in 1965 in Duitsland gebouwd en in Noorwegen in dienst gesteld. Hij werd later aan Denemarken verkocht. Askø werd in 1941 in Holbæk gebouwd en heeft zijn laatste actieve jaren bij de Marinehjemmeværnet doorgebracht.

 

In het boek “„Fortet og den kolde Krig“ (het fort en de Koude Oorlog) van Ole Mortensøn kunt U meer over de tentoonstellingen in het Langeland Museum lezen.

 

Het museum Langelandsfort is schitterend gelegen in een uniek natuurgebied, dat vroeger niet voor de burgerbevolking toegankelijk was. Er zijn maagdelijke moerasgebieden en nieuw aangeplante bossen te midden van een vogelreservaat. Tegelijkertijd heeft men een fantastisch uitzicht over de Oostzee en de Langelands Belt.

 

Meegebrachte levensmiddelen kunnen in dit gedeelte en bij de ingang worden genuttigd, waar tevens dranken, consumptie-ijs en snoep gekocht kunnen worden. Rolstoelen en karretjes kunnen gehuurd worden. Als het regent, kunt U een paraplu lenen. Er zijn goede parkeermogelijkheden voor auto’s, fietsen en bussen. Er zijn tevens toiletten voor gehandicapten en een verzorgingsruimte voor babi’s.

 
     
     
     
     
 

Naar de top