top  
     
     
 

HET LANGELANDSFORT TIJDENS DE CUBA CRISIS

 
 

Terug naar de Homepage

 
 

Terug naar „het fort en de koude oorlog

 
   
     
 

Een deel van dit materiaal is ontleend aan een boek over de Cuba crisis van de hand van Peer Henrik Hansen, “museumsinspektør” en deskundige op het gebied van de Koude Oorlog bij het Langelands fort. Dit boek zal binnenkort in Denemarken worden gepubliceerd. De foto’s, die verderop getoond worden, zijn afkomstig van de ”NARA” (National Archives and Records Administration).

 
     
 

Vanaf de, uit strategisch oogpunt bezien buitengewoon gunstig gelegen, observatiepost op het strand nabij het Langelandsfort konden alle schepen die van de Oostzee door de Langelandsbelt naar de Noord Zee voeren nauwkeurig gecontroleerd worden. In de loop van 1962 was opgevallen dat het aantal passerende Sovjet vrachtschepen voortdurend was toegenomen. Die schepen vervoerden dikwijls een deklast, maar die was vrijwel altijd gecamoufleerd.

Ook aan de andere kant van de Atlantische Oceaan heerste veel activiteit. Amerikaanse spionage-vliegtuigen hadden ontdekt dat de Russen bezig waren op Cuba lanceerinrichtingen voor raketten te installeren. Die raketten bevonden zich op slechts 140 km van de Verenigde Staten. De Amerikaanse President, John F. Kennedy, riep toen zijn nationale crisisstaf bijeen om hem te adviseren hoe hij op die provocatie zou moeten regeren. Het antwoord luidde: “blokkade”.

President Kennedy beval de Amerikaanse strijdkrachten in alarmtoestand. Oorlogsschepen staken in zee en bommenwerpers met atoomwapens kozen het luchtruim.

 

Op 22 oktober sprak President Kennedy via de televisie tot het Amerikaanse volk en legde hen uit dat de veiligheid van de Verenigde Staten door de Sovjet Unie bedreigd werd en dat hij niet bereid zou zijn deze militaire opbouw toe te staan. Hij informeerde zijn volk dat de raketten in Cuba bijna operationeel waren en dat hij daarom had besloten om met ingang van 24 oktober een strenge maritieme blokkade rond het eiland te leggen. Dat hield in dat ieder schip dat onderweg was naar Cuba, onafhankelijk van de vlag waaronder het voer, op zee zou worden aangehouden en doorzocht. Alle schepen die militaire uitrusting aan boord hadden zouden worden teruggezonden.

 

Chroesjtsjov reageerde prompt dat de Russische schepen niet aan de Amerikaanse eisen zouden tegemoetkomen. Daarmee was de  crisis een realiteit geworden. Toen ging het meteen hard tegen hard. Het Langelandsfort werd in alarmtoestand gebracht en “alle hens aan boord” werd bevolen. Alle posten werden bezet. Het Langelandsfort werd een buitengewoon belangrijke pion in het schaakspel tussen de NAVO aan de ene, en het Warschau Pakt aan de andere kant.

 

Het Sovjet vrachtschip “Kasimov” verliet op 21 oktober de Oostzee via de Deense nationale wateren. Tijdens zijn maidentrip, eerder dat najaar, had de Kasimov al enige kisten met IL-28 bommenwerpers naar Cuba geleverd. Een week later werd het schip, nog steeds met die vliegtuigen beladen, door een U-2 vliegtuig, dat op weg was naar de luchtmachtbasis San Julian, gefotografeerd.

Een dag nadat de Denen de Kasimov hadden waargenomen passeerde een ander bekend Sovjet schip de Deense wateren. Het M/S “Krasnograd” had, net als de “Kasimov”, al meerdere reizen naar Cuba gemaakt. De “Krasnograd”, die eind september tijdens zijn reis naar Cuba door de NSA was gevolgd, werd vanaf het Deense eiland Anholt geobserveerd terwijl het in Noordelijke richting voer met circa 12 vrachtauto’s op het dek. Beide schepen bevonden zich nog in, of hadden de Deense wateren net verlaten, toen president Kennedy zijn toespraak hield.

 

Vroeg in de morgen van 24 oktober, slechts een paar uur voordat de Amerikaanse blokkade van Cuba in kracht zou treden, ontdekte de bemanning van de observatiepost bij Føllesbjerg dat het M/S “Krasnograd”, dat een paar dagen eerder was waargenomen terwijl hij in een noordelijke richting voer, nu was omgedraaid en terug voer naar de Oostzee. Dit was heel opmerkelijk, mede met het oog op de toespraak van President Kennedy.

Die observatie werd onmiddellijk binnen de Deense marine verspreid en een uur of twee later zond het operationele commando van de Deense marine een spoedtelegram aan alle militaire leiders van de NAVO, waaronder: SACEUR (de NAVO opperbevelhebber voor Europa), SACLANT (de NAVO opperbevelhebber voor de Atlantische Oceaan), CINCNORTH (de geallieerde bevelhebber voor Noord Europa) en COMBALTAP (de geallieerde bevelhebber over de toegangs waterwegen tot de Oostzee). Een paar dagen na de toespraak van President Kennedy en een paar uur vóór de Amerikaanse blokkade rond Cuba in werking zou treden, kon Denemarken mededelen dat de Sovjets een van hun schepen, dat op weg was naar Cuba, had opgedragen om te keren en naar de Oostzee terug te varen. “Dat was de eerste en, voor zover ik weet enige, keer dat een telegram met de hoogste voorrangsaanduiding “X” in de NAVO, werd verzonden”, herinnerde zich jaren later de inlichtingen officier A.W. Thorsen.

 

Nog dezelfde dag dat de Denen de koerswijziging van de “Krasnograd” meldden, konden ook de Amerikaanse inlichtingendiensten vaststellen dat een reeks andere sovjetschepen, die op weg waren geweest naar Cuba, nog vóórdat de blokkade in werking was getreden hun koers gewijzigd hadden.

De “Yuri Gagarin” en de “Kimovsk” waren het dichtste bij Cuba, terwijl de “Poltava”, de “Dalmatova” en de “Metallurg Kurako” midden op de Atlantische Oceaan voeren, toen zij hun koersen wijzigden. De “Urgench” lag bij de Azoren en de “Fizik Vivalov” had op 23 oktober de Middellandse Zee verlaten, toen zij de volgende dag omdraaide en weer de Middellandse Zee binnenvoer. De CIA vermeldde ook nog het omkeren van de “Krasnograd” in de Deense territoriale wateren.

 

Chroesjtsjov zond toen het volgende telegram aan President Kennedy: “U en ik, meneer de President, trekken ieder aan zijn eigen uiteinde van het touw waarin de knoop van de oorlog geknoopt is. Als we te hard trekken, kan de knoop alleen maar met het zwaard worden geopend. Laten we ons erop voorbereiden om die knoop los te maken. Wij zijn ertoe bereid”. Achter de schermen begonnen toen de onderhandelingen en vervolgens werd voor het Langelandsfort de staat van paraatheid verlaagd. De crisis was gedeeltelijk voorbij. Later volgden er nog lange en moeilijke onderhandelingen tussen de amerikanen en de sovjets, totdat het geschil geheel opgelost was.

 
     
 

Een gevolg van de crisis was, dat de Deense strijdkrachten in een hoge staat van paraatheid werden gezet, hoewel de regering beweerde dat zij niet van plan was iets bijzonders te doen. De Deense luchtmacht werd in “reinforced alert” gebracht en squadron 729 kreeg opdracht de scheepvaart nauwkeurig te controleren. Velen, die tijdens de Cuba crisis in militaire dienst waren, herinneren zich die crisis nu nog als iets bijzonders.

 

“Onder ons dienstplichtigen heerste veel nervositeit omdat we door onze meerderen heel slecht geïnformeerd werden. Zij waren waarschijnlijk zelf ook slecht georiënteerd. We sliepen een paar nachten volledig gekleed en met onze uitrusting naast onze kooien”, herinnert zich Poul B. Hansen.

 

Poul Rasmussen, die door zijn vrienden “Caramba” genoemd werd, kan zich de stemming in de eerste onrustige dagen nog goed herinneren. “Hier bij ons, ja .... iedereen ging controleren of zijn wapen nog in orde was. Ik deed het zelf ook en ik zag dat mijn makker het ook deed. Niemand zei iets. We deden uiterlijk heel rustig en gelaten”, vertelt hij over de geruchten dat er een verrassingsaanval van het Oostblok op het Langelandsfort zou worden uitgevoerd. Hij vertelt verder: “Ik kan me herinneren dat we ons afvroegen of we binnenkort iets zouden krijgen waarmee we zouden kunnen schieten. Dat zou heel geruststellend zijn, als er iets zou gebeuren (.......)”. “We hebben er, zo onder ons, altijd rekening mee gehouden dat als er iets zou gebeuren, dat bij wijze van verrassing zou komen.”

 

Een van de MP onderofficieren, die de Cuba crisis in het Langelandsfort meemaakte, was oversergent Filip Nielsen. Hij was een van de eersten die in Denemarken tot kikvorsman waren opgeleid en deed toen dienst in het Langelandsfort. “Het commando “Alle hens aan boord” werd gegeven. Niemand kreeg vrij. Ik sliep met mijn machinepistool naast me in bed en er werd munitie uitgedeeld. Alle vuurleidingsapparatuur en andere instrumenten werden bedrijfsklaar gemaakt, kanonnen en radars waren voortdurend bemand”, herinnert hij zich.

De crisis bracht ook andere aspecten omtrent de kameraden aan het licht. Niet iedereen had goed begrepen hoe ernstig de toestand tussen de Verenigde Staten en de Sovjet Unie was. Sommigen waren uit hun humeur, omdat ze niet naar huis konden of omdat ze niet alle gewende vrijheden kregen, of omdat ze zenuwachtig  en bang waren. “Er waren, onafhankelijk van de rang, grote verschillen in de manier waarop lieden reageerden en het is zoals gezegd: “Voordat je ten strijde trekt, weet je niet of een goede soldaat werkelijk een goede soldaat is”, vertelt Filip Nielsen.

 

Nick Capion was verantwoordelijk voor de luchtdoel batterij Noord en hij kan zich herinneren hoe het was toen het fort in staat van paraatheid werd gesteld. “Alle kanonnen waren bemand. Ik vroeg me af wat er in hemelsnaam ging gebeuren. We voelden de spanning. We hadden het idee dat het niet goed zou gaan als de ballon omhoog zou gaan, zoals we toentertijd zeiden. Maar ik moet zeggen dat we nu veel meer weten dan toen. Als we toen hadden geweten wat we nu weten, zouden we beslist niet zo rustig zijn geweest.” vertelde Nick Capion jaren later.

 

Ook in de lucht vonden er allerlei activiteiten plaats. Dat betrof voornamelijk het vliegtuigtype RF84F “Thunderflash”. Het museum van de Koude Oorlog Langelandsfort is erin geslaagd het vliegtuig C-651 van een particuliere verzamelaar te kopen. Dat vliegtuig is intussen in het museum aangekomen en er is een speciale hangar voor gebouwd. Gedurende de helaas dringend noodzakelijke restauratie kan het toestel daarin worden bezichtigd.

 

Het museum heeft ook met piloten uit die tijd gesproken. Een van hen vertelde dat hij zich kan herinneren dat hij tamelijk veel met de C-651  is gevlogen en dat hij raketonderdelen gefotografeerd heeft, die op verschillende manieren gecamoufleerd waren. Het interessante is, dat hij zich herinnert dat hij al in april 1962 raketonderdelen heeft gefotografeerd.

 

Een andere voormalige luchtmachtmedewerker heeft bevestigd, dat er al eerder militair materieel op sovjet vrachtschepen was waargenomen – dus lang voor de 22e oktober. Hij vertelde ook, dat een groot aantal foto’s die squadron 651 had genomen, nu zijn verdwenen zonder dat zij te traceren zijn. Hij zei ook dat de Denen een bedankbrief hadden gekregen, maar hij wist niet waar die brief te vinden was, indien hij nog bestaat. Hij dacht dat hij bij de militaire inlichtingendienst zou kunnen liggen.

 

Ook de logboeken van het observatiestation op het strand zijn verdwenen. Het lijkt wel of er iemand heel veel moeite heeft gedaan om de werkelijke gang van zaken te verdoezelen – zelfs lang nadat het gebeurd is.

 
     
   
     
 

Hier ziet U een kopie van de telex, waarin het Langelandsfort rapporteerde dat het eerste sovjet schip (Krasnograd) omgedraaid was en terug voer naar de Oostzee.

 
 

Met de onderstaande link vindt U de toespraak, die Arthur Christensen in 1997 bij de opening van het Museum Langelandsfort heeft gesproken.

 

 Fyns Amts Avis 17.06.1997
 

Met de onderstaande link komt U bij vroeger geclassificeerde (gerubriceerde) berichten, die in Amerikaanse archieven zijn gevonden.

 

Dokumenter af 2. maj 1962
Dokument af 5. juni 1962
Dokument af 31. juli 1962
Dokument af 25. september 1962
Dokument II af 11. oktober 1962 

 
     
     
   
 

klik op een foto om hem te vergroten

 
     
 

Foto 1 en 2 tonen Arthur Christensen, Foto 3 is van Anker Johansen. Op de foto die door Arthur Christensen wordt getoond, zijn geen raketonderdelen te zien, maar Beagle bommenwerpers. Foto 6 toont RF84F Thunderflash C-651.

 
     
     
 

De Kustbewakingsdienst en de Sovjet vlooteenheden.
 

 De kustobservatieposten moesten de activiteiten van buitenlandse zeestrijdkrachten in de Deense wateren observeren en er over rapporteren. Vanaf 1915 ressorteerden zij onder het Ministerie van Marine. In het begin namen vissers en boeren deze taken op zich. Gedurende de bezetting werd de kustobservatie opgeheven. Na de oorlog werden de observatieposten weer als militaire posten in dienst gesteld. Sedert 1951 ressorteren zij direct onder het commando der zeestrijdkrachten. Gedurende de Koude Oorlog concentreerden de observatieposten zich op het scheepsverkeer van de lidstaten van het Warschaupact in de Øresund en de Grote Belt, waarbij met de radarobservatie stations van de zee- en luchtstrijdkrachten werd samengewerkt. Vele van de observatiestations waren in vuurtorens ondergebracht.

In de praktijk werden de schepen van het Oostblok al gemeld en zo mogelijk geïdentificeerd terwijl ze nog op de Oostzee voeren. De observaties werden aan het operationele commando van de Deense zeestrijdkrachten en aan het bureau operaties van het Langelandsfort gemeld. Daar werden alle informaties verzameld en bleef men de betreffende schepen volgen.

Op Langeland was een observatiepost bij de vuurtoren van Kelds Nor gevestigd; de tweede post was op het strand bij het fort. Van hier uit werd, ondersteund door radarobservatie, het complete scheepsverkeer in de Langelandsbelt dag en nacht gecontroleerd: koopvaardijschepen en onderzeeboten, vissersboten en slagschepen.

Om de vreemde schepen nauwkeurig te kunnen identificeren beschikten de observatieposten over een uitgebreide verzameling naslagwerken. Deze NAVO handboeken zijn heden ten dage een uitstekende bron voor de marinegeschiedschrijving: ze tonen een nauwkeurig beeld van de verschillende vaartuigen gedurende de Koude Oorlog. Er staan ook schepen van neutrale landen en van NAVO-landen in.

 
     
     
     
 

Naar boven